Ezra 6:21
“En de kinderen Israëls die uit de wegvoering teruggekomen waren, en allen die zich van de onreinheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd hadden om de HEER, de God Israëls, te zoeken, aten het.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 6 — omringende verzen
En de kinderen Israëls, de priesters en de Levieten, en de overige kinderen der wegvoering, hielden de inwijding van dit huis Gods met blijdschap.
17En zij offerden bij de inwijding van dit huis Gods honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren; en tot een zondoffer voor geheel Israël twaalf geitenbokken, naar het getal van de stammen Israëls.
18En zij stelden de priesters in hun afdelingen en de Levieten in hun beurten, voor de dienst Gods die te Jeruzalem is, gelijk geschreven is in het boek van Mozes.
19En de kinderen der wegvoering hielden het pascha op de veertiende dag van de eerste maand.
20Want de priesters en de Levieten hadden zich tezamen gereinigd; zij allen waren rein, en zij slachtten het pascha voor alle kinderen der wegvoering, en voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf.
En de kinderen Israëls die uit de wegvoering teruggekomen waren, en allen die zich van de onreinheid der heidenen des lands tot hen afgezonderd hadden om de HEER, de God Israëls, te zoeken, aten het.
En zij hielden het feest van de ongezuurde broden zeven dagen met blijdschap, want de HEER had hen verblijd en het hart van de koning van Assyrië tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis Gods, de God Israëls.