Ezra 6:5
“En ook de gouden en zilveren voorwerpen van het huis Gods, die Nebukadnezar uit de tempel die te Jeruzalem is, weggenomen en naar Babel gebracht heeft, laat die teruggegeven worden en wederom gebracht worden naar de tempel die te Jeruzalem is, elk op zijn plaats, en plaats ze in het huis Gods.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 6 — omringende verzen
Toen vaardigde koning Darius een bevel uit, en er werd gezocht in het huis der boekrollen, waar de schatten weggelegd werden te Babel.
2En te Achmetha, in het paleis dat in het gewest der Meden is, werd een boekrol gevonden, en daarin was aldus een gedachtenis geschreven:
3In het eerste jaar van koning Kores heeft diezelfde koning Kores een bevel uitgevaardigd aangaande het huis Gods te Jeruzalem: Laat het huis gebouwd worden, de plaats waar zij offers offerden, en laat zijn fundamenten sterk gelegd worden; zijn hoogte zestig ellen en zijn breedte zestig ellen.
4Met drie rijen grote stenen en een rij nieuw hout; en laat de kosten gegeven worden uit het huis des konings.
En ook de gouden en zilveren voorwerpen van het huis Gods, die Nebukadnezar uit de tempel die te Jeruzalem is, weggenomen en naar Babel gebracht heeft, laat die teruggegeven worden en wederom gebracht worden naar de tempel die te Jeruzalem is, elk op zijn plaats, en plaats ze in het huis Gods.
Nu dan, Tatnaï, landvoogd aan gene zijde van de rivier, Sethar-Boznaï, en uw metgezellen, de Afarsachieten, die aan gene zijde van de rivier zijn, blijft ver vandaar.
7Laat het werk van dit huis Gods met rust; laat de landvoogd der Joden en de oudsten der Joden dit huis Gods op zijn plaats bouwen.
8Voorts vaardig ik een bevel uit wat gij doen zult aan de oudsten dezer Joden voor de bouwing van dit huis Gods: dat uit de goederen des konings, namelijk uit de belasting aan gene zijde van de rivier, terstond de kosten aan deze mannen gegeven worden, opdat zij niet gehinderd worden.
9En hetgeen zij nodig hebben, zowel jonge stieren als rammen en lammeren, voor de brandoffers aan de God des hemels, tarwe, zout, wijn en olie, naar het voorschrift van de priesters die te Jeruzalem zijn, laat het hun dag aan dag gegeven worden zonder verzuim,
10Opdat zij offers van aangename reuk aan de God des hemels mogen offeren, en bidden voor het leven van de koning en van zijn zonen.