Ezra 7:20
“En wat verder nodig zal zijn voor het huis van uw God, dat gij te besteden zult hebben, besteed dat uit het schathuis des konings.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 7 — omringende verzen
En om het zilver en goud te brengen dat de koning en zijn raadsheren vrijwillig gegeven hebben aan de God Israëls, Wiens woning te Jeruzalem is,
16En al het zilver en goud dat gij vinden kunt in heel het gewest van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesters, die vrijwillig geven voor het huis van hun God dat te Jeruzalem is,
17Opdat gij met dit geld spoedig koopt stieren, rammen, lammeren, met hun spijsoffers en hun drankoffers, en die offert op het altaar van het huis van uw God dat te Jeruzalem is.
18En wat u en uw broeders goeddunkt te doen met het overige zilver en goud, dat doet naar de wil van uw God.
19Ook de voorwerpen die u gegeven worden voor de dienst van het huis van uw God, die lever over voor de God van Jeruzalem.
En wat verder nodig zal zijn voor het huis van uw God, dat gij te besteden zult hebben, besteed dat uit het schathuis des konings.
En ik, ja, ik, koning Arthahsasta, vaardig een bevel uit aan al de schatmeesters die aan gene zijde van de rivier zijn, dat al wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde van de wet van de God des hemels, van u verzoeken zal, spoedig gedaan worde,
22Tot honderd talenten zilvers en tot honderd maten tarwe en tot honderd bath wijn en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift hoeveel.
23Al wat bevolen wordt door de God des hemels, laat het naarstiglijk gedaan worden voor het huis van de God des hemels; want waarom zou er toorn zijn tegen het koninkrijk des konings en van zijn zonen?
24Ook maken wij u bekend, dat het met betrekking tot enige priesters en Levieten, zangers, poortwachters, Nethinim, of dienaren van dit huis Gods, niet geoorloofd zal zijn tol, schatting of cijns op hen te leggen.
25En gij, Ezra, stel naar de wijsheid van uw God, die in uw hand is, rechters en rechtsgeleerden aan, die al het volk kunnen berechten dat zich aan de overzijde van de rivier bevindt, allen die de wetten van uw God kennen; en onderwijst degenen die ze niet kennen.