Filemon 1:6
“Opdat de gemeenschap van uw geloof werkzaam moge worden door de erkenning van al het goede dat in u is in Christus Jezus.”
Kruisverwijzingen
Context
Filemon 1 — omringende verzen
Paulus, een gevangene van Jezus Christus, en Timotheüs onze broeder, aan Filémon, onze geliefde en medearbeider,
2En aan onze geliefde Apphia, en Archippus onze medestrijder, en aan de gemeente in uw huis:
3Genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus.
4Ik dank mijn God, u altijd gedenkende in mijn gebeden,
5Daar ik hoor van uw liefde en uw geloof, die u hebt jegens de Heer Jezus en jegens alle heiligen;
Opdat de gemeenschap van uw geloof werkzaam moge worden door de erkenning van al het goede dat in u is in Christus Jezus.
Want wij hebben grote blijdschap en troost in uw liefde, omdat de harten der heiligen door u, broeder, verkwikt zijn.
8Daarom, hoewel ik in Christus grote vrijmoedigheid heb om u te gebieden wat betamelijk is,
9Verkies ik liever om wille der liefde te smeken, als zijnde zulk een als Paulus, de oude, en nu ook een gevangene van Jezus Christus.
10Ik smeek u voor mijn zoon Onésimus, die ik in mijn gevangenschap verwekt heb:
11Die u vroeger onnuttig was, maar nu nuttig is voor u en voor mij: