Filippenzen 1:4
“Altijd in al mijn gebeden voor u allen met blijdschap smeekbeden doende,”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 1 — omringende verzen
Paulus en Timótheüs, dienaren van Jezus Christus, aan alle heiligen in Christus Jezus die te Filippi zijn, met de opzieners en diakenen:
2Genade zij u en vrede, van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.
3Ik dank mijn God bij elke gedachtenis aan u,
Altijd in al mijn gebeden voor u allen met blijdschap smeekbeden doende,
Om uw gemeenschap aan het evangelie van de eerste dag af tot nu toe;
6Hiervan ben ik ten volle overtuigd, dat Hij die een goed werk in u begonnen is, dat ook zal voltooien tot op de dag van Jezus Christus;
7Zoals het ook billijk is dat ik dit van u allen denk, omdat ik u in mijn hart heb; zowel in mijn gevangenschap als in de verdediging en bevestiging van het evangelie zijt gij allen deelgenoten van mijn genade.
8Want God is mijn getuige, hoe zeer ik naar u allen verlang in de ingewanden van Jezus Christus.
9En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer moge overvloeien in kennis en in alle inzicht;