Filippenzen 1:8
“Want God is mijn getuige, hoe zeer ik naar u allen verlang in de ingewanden van Jezus Christus.”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 1 — omringende verzen
Ik dank mijn God bij elke gedachtenis aan u,
4Altijd in al mijn gebeden voor u allen met blijdschap smeekbeden doende,
5Om uw gemeenschap aan het evangelie van de eerste dag af tot nu toe;
6Hiervan ben ik ten volle overtuigd, dat Hij die een goed werk in u begonnen is, dat ook zal voltooien tot op de dag van Jezus Christus;
7Zoals het ook billijk is dat ik dit van u allen denk, omdat ik u in mijn hart heb; zowel in mijn gevangenschap als in de verdediging en bevestiging van het evangelie zijt gij allen deelgenoten van mijn genade.
Want God is mijn getuige, hoe zeer ik naar u allen verlang in de ingewanden van Jezus Christus.
En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer moge overvloeien in kennis en in alle inzicht;
10Opdat gij de dingen die uitnemend zijn moogt onderscheiden; opdat gij oprecht en zonder aanstoot zijt tot op de dag van Christus.
11Vervuld met de vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God.
12Maar ik wil dat gij weet, broeders, dat de dingen die mij zijn overkomen veeleer tot bevordering van het evangelie hebben gediend;
13Zodat mijn banden in Christus bekend zijn geworden in het gehele paleis en aan alle andere plaatsen;