Filippenzen 2:23
“Hem dan hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie hoe het met mij zal gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 2 — omringende verzen
En gij ook verblijdt u evenzeer en verheugt u met mij.
19Maar ik vertrouw in de Heer Jezus, dat ik Timótheüs haast tot u zal zenden, opdat ook ik goed vertroost moge zijn als ik uw staat weet.
20Want ik heb niemand van gelijken zin, die oprecht voor uw belangen zorg zal dragen.
21Want zij allen zoeken het hunne, niet hetgeen van Jezus Christus is.
22Maar gij kent de beproefdheid van hem, dat hij als een kind met zijn vader met mij in het evangelie gediend heeft.
Hem dan hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie hoe het met mij zal gaan.
Maar ik vertrouw in de Heer dat ik zelf ook haast zal komen.
25Doch ik achtte het noodzakelijk tot u te zenden Epafrodítus, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, maar uw afgezant en bedienaar mijner nooddruft.
26Want hij verlangde naar u allen, en was zeer bedroefd, omdat gij gehoord hadt dat hij ziek geweest was.
27Want hij is ook daadwerkelijk ziek geweest, nabij de dood; maar God heeft Zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
28Ik heb hem dan te liever gezonden, opdat gij hem ziende weder u moogt verblijden, en ik minder bedroefd zijn.