Filippenzen 2:28
“Ik heb hem dan te liever gezonden, opdat gij hem ziende weder u moogt verblijden, en ik minder bedroefd zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Filippenzen 2 — omringende verzen
Hem dan hoop ik terstond te zenden, zodra ik zie hoe het met mij zal gaan.
24Maar ik vertrouw in de Heer dat ik zelf ook haast zal komen.
25Doch ik achtte het noodzakelijk tot u te zenden Epafrodítus, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, maar uw afgezant en bedienaar mijner nooddruft.
26Want hij verlangde naar u allen, en was zeer bedroefd, omdat gij gehoord hadt dat hij ziek geweest was.
27Want hij is ook daadwerkelijk ziek geweest, nabij de dood; maar God heeft Zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
Ik heb hem dan te liever gezonden, opdat gij hem ziende weder u moogt verblijden, en ik minder bedroefd zijn.
Ontvangt hem dan in de Heer met alle blijdschap, en houdt zodanigen in eer;
30Want om het werk van Christus was hij de dood nabij, niet achtende zijn leven, opdat hij zou aanvullen wat aan uw dienst jegens mij ontbrak.