Terug naar Galaten 2
VSV
Statenvertaling

Galaten 2:10

Alleen verlangden zij dat wij de armen zouden gedenken; wat ik ook ijverig gedaan heb.

Kruisverwijzingen

Context

Galaten 2 — omringende verzen

5

Aan wie wij geen ogenblik door onderwerping hebben toegegeven; opdat de waarheid van het evangelie bij u zou blijven.

6

Maar van hen die in aanzien waren — wat zij ook vroeger waren, dat maakt mij niets uit; God ziet het aanzien des mensen niet aan — want zij die in aanzien waren, hebben mij niets toegevoegd;

7

Maar integendeel, toen zij zagen dat mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus het evangelie voor de besnedenen;

8

(Want Hij die in Petrus krachtig gewerkt heeft tot het apostelschap voor de besnedenen, die heeft ook in mij krachtig gewerkt ten aanzien van de heidenen;)

9

En toen Jakobus, Cefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de genade erkenden die mij gegeven was, reikten zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap; opdat wij naar de heidenen zouden gaan, en zij naar de besnedenen.

10

Alleen verlangden zij dat wij de armen zouden gedenken; wat ik ook ijverig gedaan heb.

11

Maar toen Petrus te Antiochië gekomen was, heb ik hem in het gezicht weerstaan, omdat hij te beschuldigen was.

12

Want voordat er enigen van Jakobus kwamen, at hij met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, trok hij zich terug en zonderde zich af, uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren.

13

En de andere Joden veinzden eveneens met hem; zodat ook Barnabas meegesleurd werd door hun geveinsdheid.

14

Maar toen ik zag dat zij niet rechte koers hielden overeenkomstig de waarheid van het evangelie, zei ik tegen Petrus ten overstaan van allen: Als u, die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen naar Joods gebruik te leven?

15

Wij zijn van nature Joden, en geen zondaars uit de heidenen,