Galaten 2:8
“(Want Hij die in Petrus krachtig gewerkt heeft tot het apostelschap voor de besnedenen, die heeft ook in mij krachtig gewerkt ten aanzien van de heidenen;)”
Kruisverwijzingen
Context
Galaten 2 — omringende verzen
Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, ook al was hij een Griek;
4En dat vanwege de valse broeders die heimelijk waren binnengebracht, die er insloop om onze vrijheid te bespieden die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons tot dienstbaarheid zouden brengen;
5Aan wie wij geen ogenblik door onderwerping hebben toegegeven; opdat de waarheid van het evangelie bij u zou blijven.
6Maar van hen die in aanzien waren — wat zij ook vroeger waren, dat maakt mij niets uit; God ziet het aanzien des mensen niet aan — want zij die in aanzien waren, hebben mij niets toegevoegd;
7Maar integendeel, toen zij zagen dat mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus het evangelie voor de besnedenen;
(Want Hij die in Petrus krachtig gewerkt heeft tot het apostelschap voor de besnedenen, die heeft ook in mij krachtig gewerkt ten aanzien van de heidenen;)
En toen Jakobus, Cefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de genade erkenden die mij gegeven was, reikten zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap; opdat wij naar de heidenen zouden gaan, en zij naar de besnedenen.
10Alleen verlangden zij dat wij de armen zouden gedenken; wat ik ook ijverig gedaan heb.
11Maar toen Petrus te Antiochië gekomen was, heb ik hem in het gezicht weerstaan, omdat hij te beschuldigen was.
12Want voordat er enigen van Jakobus kwamen, at hij met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, trok hij zich terug en zonderde zich af, uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren.
13En de andere Joden veinzden eveneens met hem; zodat ook Barnabas meegesleurd werd door hun geveinsdheid.