Galaten 4:6
“En omdat gij kinderen zijt, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, die roept: Abba, Vader.”
Kruisverwijzingen
Context
Galaten 4 — omringende verzen
En dit zeg ik: zolang de erfgenaam een kind is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is;
2maar hij staat onder voogden en beheerders, tot de tijd die de vader bepaald heeft.
3Zo ook wij: toen wij kinderen waren, waren wij in slavernij onder de grondbeginselen van de wereld.
4Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,
5om hen te verlossen die onder de wet waren, opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen.
En omdat gij kinderen zijt, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, die roept: Abba, Vader.
Zo zijt gij dan niet meer een slaaf, maar een zoon; en indien een zoon, dan ook een erfgenaam van God door Christus.
8Maar destijds, toen gij God niet kende, diende gij hen die van nature geen goden zijn.
9Maar nu, nu gij God kent, of liever door God gekend wordt, hoe keert gij u dan weder tot de zwakke en armoedige grondbeginselen, waaraan gij u opnieuw wilt onderwerpen?
10Gij neemt dagen en maanden en tijden en jaren in acht.
11Ik vrees voor u, dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen.