Terug naar Genesis 14
VSV
Statenvertaling

Genesis 14:15

En hij verdeelde zich tegen hen, hij en zijn dienaren, des nachts, en hij versloeg hen en vervolgde hen tot Hoba toe, dat ten noorden van Damascus ligt.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 14 — omringende verzen

10

En het dal Siddim was vol asfaltputten; en de koningen van Sodom en Gomorra namen de vlucht en vielen daarin; en die overbleven, vluchtten naar het gebergte.

11

En zij namen al de have van Sodom en Gomorra en al hun voorraad, en zij trokken weg.

12

En zij namen Lot, de zoon van Abrams broer, die in Sodom woonde, en zijn bezittingen gevangen, en zij trokken weg.

13

En er kwam een ontkomen man, die het Abram, de Hebreeër, vertelde; hij woonde bij het eikenbos van Mamre, de Amoriet, broeder van Eskol en broeder van Aner; en dezen waren bondgenoten van Abram.

14

En toen Abram hoorde dat zijn broeder gevangen genomen was, bewapende hij zijn geoefende dienaren, in zijn huis geboren, driehonderdachttien man, en hij vervolgde hen tot Dan toe.

15

En hij verdeelde zich tegen hen, hij en zijn dienaren, des nachts, en hij versloeg hen en vervolgde hen tot Hoba toe, dat ten noorden van Damascus ligt.

16

En hij bracht al de have terug, en hij bracht ook Lot, zijn broeder, en diens bezittingen terug, en ook de vrouwen en het volk.

17

En de koning van Sodom ging hem tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van de nederlaag van Kedor-Laomer en van de koningen die bij hem waren, in het dal Save, dat is het dal des konings.

18

En Melchizedek, koning van Salem, bracht brood en wijn; en hij was priester van God, de Allerhoogste.

19

En hij zegende hem en zei: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, Bezitter van hemel en aarde;

20

en gezegend zij God, de Allerhoogste, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft. En hij gaf hem tienden van alles.