Genesis 2:6
“Maar een damp steeg op uit de aarde, en bevochtigde het gehele aangezicht van de aardbodem.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 2 — omringende verzen
Alzo werden de hemel en de aarde voltooid, en al hun heir.
2En op de zevende dag voltooide God Zijn werk dat Hij gemaakt had; en Hij rustte op de zevende dag van al Zijn werk dat Hij gemaakt had.
3En God zegende de zevende dag en heiligde die; omdat Hij op die dag gerust had van al Zijn werk dat God geschapen en gemaakt had.
4Dit zijn de geslachten des hemels en der aarde, toen zij geschapen werden, ten dage dat de HEER God de aarde en de hemel maakte,
5En alle struik des velds eer hij op de aarde was, en al het kruid des velds eer het uitsproot; want de HEER God had nog geen regen op de aarde doen vallen, en er was geen mens om de aardbodem te bebouwen.
Maar een damp steeg op uit de aarde, en bevochtigde het gehele aangezicht van de aardbodem.
En de HEER God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
8En de HEER God had een hof geplant in Eden, naar het oosten; en Hij stelde aldaar de mens die Hij geformeerd had.
9En de HEER God deed uit de aardbodem allerlei bomen wassen, begeerlijk voor het oog en goed tot spijze; ook de boom des levens in het midden van de hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
10En een rivier vloeide uit Eden om de hof te bewateren; en vandaar werd zij verdeeld en werd tot vier hoofdstromen.
11De naam van de eerste is Pison; die is het welke het gehele land Havila omringt, waar goud is;