Genesis 2:9
“En de HEER God deed uit de aardbodem allerlei bomen wassen, begeerlijk voor het oog en goed tot spijze; ook de boom des levens in het midden van de hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 2 — omringende verzen
Dit zijn de geslachten des hemels en der aarde, toen zij geschapen werden, ten dage dat de HEER God de aarde en de hemel maakte,
5En alle struik des velds eer hij op de aarde was, en al het kruid des velds eer het uitsproot; want de HEER God had nog geen regen op de aarde doen vallen, en er was geen mens om de aardbodem te bebouwen.
6Maar een damp steeg op uit de aarde, en bevochtigde het gehele aangezicht van de aardbodem.
7En de HEER God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.
8En de HEER God had een hof geplant in Eden, naar het oosten; en Hij stelde aldaar de mens die Hij geformeerd had.
En de HEER God deed uit de aardbodem allerlei bomen wassen, begeerlijk voor het oog en goed tot spijze; ook de boom des levens in het midden van de hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
En een rivier vloeide uit Eden om de hof te bewateren; en vandaar werd zij verdeeld en werd tot vier hoofdstromen.
11De naam van de eerste is Pison; die is het welke het gehele land Havila omringt, waar goud is;
12En het goud van dat land is goed; daar is bedeliumbars en de onyxsteen.
13En de naam van de tweede rivier is Gihon; die is het welke het gehele land Cusj omringt.
14En de naam van de derde rivier is Hiddekel; die is het welke naar het oosten van Assyrië stroomt. En de vierde rivier is de Eufraat.