Terug naar Genesis 23
VSV
Statenvertaling

Genesis 23:6

Hoor ons, mijn heer; gij zijt een machtig vorst onder ons; begraaf uw dode in de beste van onze grafplaatsen; niemand van ons zal u zijn grafplaats onthouden, opdat gij uw dode kunt begraven.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 23 — omringende verzen

1

En Sara was honderd zeven en twintig jaar oud; dit waren de jaren van het leven van Sara.

2

En Sara stierf te Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te bewenen en te betreuren.

3

En Abraham stond op van voor zijn dode, en sprak tot de kinderen van Heth, zeggende:

4

Ik ben een vreemdeling en bijwoner onder u; geef mij een eigen begraafplaats onder u, opdat ik mijn dode kan begraven, zodat zij mij niet meer voor ogen is.

5

En de kinderen van Heth antwoordden Abraham, en zeiden tot hem:

6

Hoor ons, mijn heer; gij zijt een machtig vorst onder ons; begraaf uw dode in de beste van onze grafplaatsen; niemand van ons zal u zijn grafplaats onthouden, opdat gij uw dode kunt begraven.

7

En Abraham stond op, en boog zich voor de mensen van dat land, voor de kinderen van Heth.

8

En hij sprak met hen, zeggende: Als het uw wil is, dat ik mijn dode begraaf, zodat zij mij niet meer voor ogen is; hoort mij, en bepleit mijn zaak bij Efron, de zoon van Zohar,

9

Opdat hij mij de spelonk van Machpela geve, die hij heeft en die aan het einde van zijn veld ligt; voor de volle prijs geve hij mij die tot een eigen begraafplaats onder u.

10

En Efron woonde onder de kinderen van Heth; en Efron, de Hethiet, antwoordde Abraham ten aanhoren van de kinderen van Heth, ja van allen die ingingen door de poort van zijn stad, zeggende:

11

Neen, mijn heer, hoor mij; het veld geef ik u, en de spelonk die daarin is, die geef ik u; ten aanschouwen van de zonen van mijn volk geef ik het u; begraaf uw dode.