Genesis 25:24
“En toen haar dagen vervuld waren om te baren, zie, er waren tweelingen in haar buik.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 25 — omringende verzen
Dit nu zijn de geslachten van Izak, de zoon van Abraham: Abraham verwekte Izak.
20En Izak was veertig jaar oud, toen hij Rebekka tot vrouw nam, de dochter van Bethuël, de Syriër uit Paddan-aram, de zuster van Laban, de Syriër.
21En Izak bad de HEER voor zijn vrouw, omdat zij onvruchtbaar was; en de HEER liet Zich door hem verbidden, en Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger.
22En de kinderen stootten elkaar in haar binnenste; en zij zei: Als het zo is, waarom ben ik dan zo? En zij ging om de HEER te raadplegen.
23En de HEER zei tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen uit uw schoot gescheiden worden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de oudste zal de jongste dienen.
En toen haar dagen vervuld waren om te baren, zie, er waren tweelingen in haar buik.
En de eerste kwam te voorschijn, rood, geheel als een haren mantel; en men noemde zijn naam Esau.
26En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, en zijn hand greep de hiel van Esau; en zijn naam werd Jakob genoemd. En Izak was zestig jaar oud, toen zij hem baarde.
27En de jongens groeiden op; en Esau was een ervaren jager, een man des velds; en Jakob was een vreedzaam man, wonend in tenten.
28En Izak had Esau lief, omdat hij van zijn wildbraad at; maar Rebekka had Jakob lief.
29En Jakob kookte een maaltijd; en Esau kwam uit het veld, en hij was uitgeput.