Genesis 25:26
“En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, en zijn hand greep de hiel van Esau; en zijn naam werd Jakob genoemd. En Izak was zestig jaar oud, toen zij hem baarde.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 25 — omringende verzen
En Izak bad de HEER voor zijn vrouw, omdat zij onvruchtbaar was; en de HEER liet Zich door hem verbidden, en Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger.
22En de kinderen stootten elkaar in haar binnenste; en zij zei: Als het zo is, waarom ben ik dan zo? En zij ging om de HEER te raadplegen.
23En de HEER zei tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen uit uw schoot gescheiden worden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de oudste zal de jongste dienen.
24En toen haar dagen vervuld waren om te baren, zie, er waren tweelingen in haar buik.
25En de eerste kwam te voorschijn, rood, geheel als een haren mantel; en men noemde zijn naam Esau.
En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, en zijn hand greep de hiel van Esau; en zijn naam werd Jakob genoemd. En Izak was zestig jaar oud, toen zij hem baarde.
En de jongens groeiden op; en Esau was een ervaren jager, een man des velds; en Jakob was een vreedzaam man, wonend in tenten.
28En Izak had Esau lief, omdat hij van zijn wildbraad at; maar Rebekka had Jakob lief.
29En Jakob kookte een maaltijd; en Esau kwam uit het veld, en hij was uitgeput.
30En Esau zei tot Jakob: Laat mij toch eten van dat rode, dat rode gerecht; want ik ben uitgeput. Daarom werd zijn naam Edom genoemd.
31En Jakob zei: Verkoop mij heden uw eerstgeboorterecht.