Terug naar Genesis 31
VSV
Statenvertaling

Genesis 31:37

Nu u al mijn goederen doorzocht hebt, wat hebt u gevonden van al uw huisraad? Leg het hier voor het oog van mijn broederen en uw broederen, opdat zij oordelen tussen ons beiden.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 31 — omringende verzen

32

Bij wie u uw goden vindt, laat die niet leven; stel voor het oog van onze broederen vast wat het uwe bij mij is en neem het mee. Want Jakob wist niet dat Rachel ze gestolen had.

33

En Laban ging in Jakobs tent, en in de tent van Lea, en in de tenten van de twee dienstmaagden; maar hij vond ze niet. Toen ging hij uit de tent van Lea en ging de tent van Rachel in.

34

Rachel nu had de beelden genomen en ze in het kameelzadel gelegd en was erop gaan zitten. En Laban doorzocht de hele tent, maar vond ze niet.

35

En zij zei tot haar vader: Laat het mijn heer niet mishagen dat ik niet voor u kan opstaan; want de gewoonte der vrouwen is over mij. En hij zocht, maar vond de beelden niet.

36

En Jakob werd toornig en twistte met Laban; en Jakob antwoordde en zei tot Laban: Wat is mijn overtreding? Wat is mijn zonde, dat u zo vurig achter mij aan gezeten hebt?

37

Nu u al mijn goederen doorzocht hebt, wat hebt u gevonden van al uw huisraad? Leg het hier voor het oog van mijn broederen en uw broederen, opdat zij oordelen tussen ons beiden.

38

Deze twintig jaar ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misworpen, en de rammen van uw kudde heb ik niet gegeten.

39

Wat door wilde dieren verscheurd was, bracht ik niet bij u; ik droeg het verlies zelf; van mijn hand eiste u het op, of het nu overdag gestolen was of 's nachts gestolen was.

40

Zo was het met mij: overdag verteerde de hitte mij en de vorst des nachts; en de slaap vluchtte van mijn ogen.

41

Zo ben ik twintig jaar in uw huis geweest; veertien jaar heb ik u gediend voor uw twee dochters, en zes jaar voor uw vee; en u hebt mijn loon tien maal veranderd.

42

Als de God van mijn vader, de God van Abraham en de vreze Izaks niet bij mij geweest was, dan had u mij zeker nu leeghandig weggestuurd. God heeft mijn ellende en de arbeid van mijn handen gezien en heeft u gisternacht berispt.