Genesis 31:45
“En Jakob nam een steen en richtte die op tot een gedenkteken.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 31 — omringende verzen
Zo was het met mij: overdag verteerde de hitte mij en de vorst des nachts; en de slaap vluchtte van mijn ogen.
41Zo ben ik twintig jaar in uw huis geweest; veertien jaar heb ik u gediend voor uw twee dochters, en zes jaar voor uw vee; en u hebt mijn loon tien maal veranderd.
42Als de God van mijn vader, de God van Abraham en de vreze Izaks niet bij mij geweest was, dan had u mij zeker nu leeghandig weggestuurd. God heeft mijn ellende en de arbeid van mijn handen gezien en heeft u gisternacht berispt.
43En Laban antwoordde en zei tot Jakob: Deze dochters zijn mijn dochters, en deze kinderen zijn mijn kinderen, en dit vee is mijn vee, en alles wat u ziet is het mijne; maar wat kan ik deze dag doen voor deze mijn dochters, of voor hun kinderen die zij gebaard hebben?
44Welnu, kom, laat ons een verbond sluiten, ik en u, en laat het tot een getuige zijn tussen mij en u.
En Jakob nam een steen en richtte die op tot een gedenkteken.
En Jakob zei tot zijn broederen: Vergadert stenen; en zij namen stenen en maakten een hoop; en zij aten daar op de hoop.
47En Laban noemde het Jegar-Sahaduta; maar Jakob noemde het Galeed.
48En Laban zei: Deze hoop is een getuige tussen mij en u heden. Daarom noemde men hem Galeed;
49En Mizpa; want hij zei: De HEER wacht tussen mij en u, wanneer wij ver van elkaar zijn.
50Als u mijn dochters verdrukt, of als u andere vrouwen neemt naast mijn dochters, er is geen man bij ons; zie, God is getuige tussen mij en u.