Genesis 34:20
“En Hamor en zijn zoon Sichem kwamen naar de poort van hun stad en spraken met de mannen van hun stad, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 34 — omringende verzen
Maar hierin zullen wij u ter wille zijn: als gij zult zijn zoals wij, dat al uw mannen besneden worden;
16Dan zullen wij onze dochters aan u geven, en uw dochters zullen wij voor ons nemen, en wij zullen bij u wonen en wij zullen één volk worden.
17Maar indien gij niet naar ons wilt luisteren om besneden te worden, dan zullen wij onze dochter nemen en wij zullen heengaan.
18En hun woorden behaagden Hamor en Sichem, de zoon van Hamor.
19En de jongeman aarzelde niet dit te doen, want hij had behagen in de dochter van Jakob; en hij was meer geëerd dan het gehele huis van zijn vader.
En Hamor en zijn zoon Sichem kwamen naar de poort van hun stad en spraken met de mannen van hun stad, zeggende:
Deze mannen zijn vreedzaam tegenover ons; laat hen dan in het land wonen en daarin handelen; want zie, het land is ruim genoeg voor hen; laat ons hun dochters als vrouwen nemen en onze dochters aan hen geven.
22Alleen hierin zullen de mannen ons ter wille zijn om bij ons te wonen en één volk te zijn: dat bij ons al het mannelijk geslacht besneden worde, zoals zij besneden zijn.
23Zal hun vee, hun bezit en al hun dieren niet van ons zijn? Laat ons alleen hen ter wille zijn, dan zullen zij bij ons wonen.
24En naar Hamor en zijn zoon Sichem luisterden allen die uit de poort van zijn stad gingen; en alle mannen werden besneden, allen die uit de poort van zijn stad gingen.
25En het geschiedde op de derde dag, toen zij in pijn waren, dat twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, ieder zijn zwaard namen en met vrijmoedigheid de stad binnenvielen en alle mannen doodden.