Terug naar Genesis 34
VSV
Statenvertaling

Genesis 34:21

Deze mannen zijn vreedzaam tegenover ons; laat hen dan in het land wonen en daarin handelen; want zie, het land is ruim genoeg voor hen; laat ons hun dochters als vrouwen nemen en onze dochters aan hen geven.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 34 — omringende verzen

16

Dan zullen wij onze dochters aan u geven, en uw dochters zullen wij voor ons nemen, en wij zullen bij u wonen en wij zullen één volk worden.

17

Maar indien gij niet naar ons wilt luisteren om besneden te worden, dan zullen wij onze dochter nemen en wij zullen heengaan.

18

En hun woorden behaagden Hamor en Sichem, de zoon van Hamor.

19

En de jongeman aarzelde niet dit te doen, want hij had behagen in de dochter van Jakob; en hij was meer geëerd dan het gehele huis van zijn vader.

20

En Hamor en zijn zoon Sichem kwamen naar de poort van hun stad en spraken met de mannen van hun stad, zeggende:

21

Deze mannen zijn vreedzaam tegenover ons; laat hen dan in het land wonen en daarin handelen; want zie, het land is ruim genoeg voor hen; laat ons hun dochters als vrouwen nemen en onze dochters aan hen geven.

22

Alleen hierin zullen de mannen ons ter wille zijn om bij ons te wonen en één volk te zijn: dat bij ons al het mannelijk geslacht besneden worde, zoals zij besneden zijn.

23

Zal hun vee, hun bezit en al hun dieren niet van ons zijn? Laat ons alleen hen ter wille zijn, dan zullen zij bij ons wonen.

24

En naar Hamor en zijn zoon Sichem luisterden allen die uit de poort van zijn stad gingen; en alle mannen werden besneden, allen die uit de poort van zijn stad gingen.

25

En het geschiedde op de derde dag, toen zij in pijn waren, dat twee zonen van Jakob, Simeon en Levi, broeders van Dina, ieder zijn zwaard namen en met vrijmoedigheid de stad binnenvielen en alle mannen doodden.

26

En Hamor en zijn zoon Sichem doodden zij met de scherpte des zwaards, en zij namen Dina uit het huis van Sichem en gingen weg.