Genesis 36:13
“En dit zijn de zonen van Reüel: Nahat en Zerach, Samma en Mizza; dit waren de zonen van Basemath, de vrouw van Esau.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 36 — omringende verzen
Zo woonde Esau op het gebergte Seïr; Esau is Edom.
9Dit nu zijn de geslachten van Esau, de vader der Edomieten, op het gebergte Seïr.
10Dit zijn de namen van de zonen van Esau: Elifaz, de zoon van Ada, de vrouw van Esau; Reüel, de zoon van Basemath, de vrouw van Esau.
11En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo en Gatam en Kenaz.
12En Timna was de bijvrouw van Elifaz, de zoon van Esau; en zij baarde aan Elifaz Amalek. Dit waren de zonen van Ada, de vrouw van Esau.
En dit zijn de zonen van Reüel: Nahat en Zerach, Samma en Mizza; dit waren de zonen van Basemath, de vrouw van Esau.
En dit waren de zonen van Aholibama, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, de vrouw van Esau; en zij baarde aan Esau Jeüs en Jaëlam en Korach.
15Dit waren de vorsten van de zonen van Esau: de zonen van Elifaz, de eerstgeborene van Esau; vorst Teman, vorst Omar, vorst Zefo, vorst Kenaz,
16Vorst Korach, vorst Gatam en vorst Amalek: dit zijn de vorsten die uit Elifaz voortgekomen zijn in het land Edom; dit waren de zonen van Ada.
17En dit zijn de zonen van Reüel, de zoon van Esau: vorst Nahat, vorst Zerach, vorst Samma, vorst Mizza; dit zijn de vorsten die uit Reüel voortgekomen zijn in het land Edom; dit zijn de zonen van Basemath, de vrouw van Esau.
18En dit zijn de zonen van Aholibama, de vrouw van Esau: vorst Jeüs, vorst Jaëlam, vorst Korach; dit waren de vorsten die uit Aholibama, de dochter van Ana, de vrouw van Esau, voortgekomen zijn.