Genesis 36:16
“Vorst Korach, vorst Gatam en vorst Amalek: dit zijn de vorsten die uit Elifaz voortgekomen zijn in het land Edom; dit waren de zonen van Ada.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 36 — omringende verzen
En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo en Gatam en Kenaz.
12En Timna was de bijvrouw van Elifaz, de zoon van Esau; en zij baarde aan Elifaz Amalek. Dit waren de zonen van Ada, de vrouw van Esau.
13En dit zijn de zonen van Reüel: Nahat en Zerach, Samma en Mizza; dit waren de zonen van Basemath, de vrouw van Esau.
14En dit waren de zonen van Aholibama, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, de vrouw van Esau; en zij baarde aan Esau Jeüs en Jaëlam en Korach.
15Dit waren de vorsten van de zonen van Esau: de zonen van Elifaz, de eerstgeborene van Esau; vorst Teman, vorst Omar, vorst Zefo, vorst Kenaz,
Vorst Korach, vorst Gatam en vorst Amalek: dit zijn de vorsten die uit Elifaz voortgekomen zijn in het land Edom; dit waren de zonen van Ada.
En dit zijn de zonen van Reüel, de zoon van Esau: vorst Nahat, vorst Zerach, vorst Samma, vorst Mizza; dit zijn de vorsten die uit Reüel voortgekomen zijn in het land Edom; dit zijn de zonen van Basemath, de vrouw van Esau.
18En dit zijn de zonen van Aholibama, de vrouw van Esau: vorst Jeüs, vorst Jaëlam, vorst Korach; dit waren de vorsten die uit Aholibama, de dochter van Ana, de vrouw van Esau, voortgekomen zijn.
19Dit zijn de zonen van Esau, die Edom is, en dit zijn hun vorsten.
20Dit zijn de zonen van Seïr de Horiet, die het land bewoonden: Lotan en Sobal en Zibeon en Ana,
21En Dison en Ezer en Disan: dit zijn de vorsten der Horieten, de kinderen van Seïr in het land Edom.