VSV
StatenvertalingGenesis 9:28
“En Noach leefde na de vloed driehonderdvijftig jaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 9 — omringende verzen
23
Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en legden het op beider schouders, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid van hun vader; hun aangezichten waren afgewend, zodat zij de naaktheid van hun vader niet zagen.
24En Noach ontwaakte uit zijn wijn, en wist wat zijn jongste zoon hem had aangedaan.
25En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zal hij zijn voor zijn broederen.
26En hij zeide: Geloofd zij de HEER, de God van Sem; en Kanaän zal zijn knecht zijn.
27God breidde Jafeth uit, en hij zal wonen in de tenten van Sem; en Kanaän zal zijn knecht zijn.
28
29En Noach leefde na de vloed driehonderdvijftig jaar.
En al de dagen van Noach waren negenhonderdvijftig jaar; en hij stierf.