Handelingen 1:11
“Die ook zeiden: Gij mannen van Galilea, wat staat gij de hemel in te zien? Deze zelfde Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal alzo komen op dezelfde wijze als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 1 — omringende verzen
Toen zij dan bijeengekomen waren, vroegen zij Hem, zeggende: Heer, zult U in deze tijd het Koninkrijk aan Israël herstellen?
7En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe de tijden of de gelegenheden te weten, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.
8Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u gekomen is; en gij zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
9En toen Hij dit gezegd had, werd Hij, terwijl zij toekeken, opgenomen; en een wolk ontnam Hem aan hun ogen.
10En terwijl zij hem strak naar de hemel zagen gaan, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
Die ook zeiden: Gij mannen van Galilea, wat staat gij de hemel in te zien? Deze zelfde Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal alzo komen op dezelfde wijze als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.
Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg die Olijfberg geheten wordt, welke bij Jeruzalem gelegen is, een sabbatsreis ver.
13En toen zij er ingekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Matteüs, Jakobus de zoon van Alfeüs en Simon de Zeloot en Judas de broeder van Jakobus.
14Dezen allen volhardden eendrachtig in gebed en smeking, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broeders.
15En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen en zeide — er was een menigte van namen bijeen, omtrent honderd en twintig —
16Mannen en broeders, dit schriftwoord moest vervuld worden, dat de Heilige Geest door de mond van David van tevoren gesproken heeft aangaande Judas, die de leidsman was van hen die Jezus gevangen namen.