Handelingen 13:22
“En nadat Hij hem afgezet had, verwekte Hij hun David als koning; van wie Hij ook getuigde en zeide: Ik heb David, de zoon van Isaï, gevonden, een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal volbrengen.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 13 — omringende verzen
De God van dit volk Israël heeft onze vaderen uitverkoren en het volk verheven toen zij als vreemdelingen in het land Egypte verbleven, en met een verheven arm heeft Hij hen daaruit geleid.
18En omtrent de tijd van veertig jaren heeft Hij hun gedrag in de woestijn verdragen.
19En nadat Hij zeven volken in het land Kanaän vernietigd had, verdeelde Hij hun land door het lot.
20En daarna gaf Hij hun richters, omtrent vierhonderdvijftig jaar, tot aan Samuel, de profeet.
21En daarna begeerden zij een koning; en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam van Benjamin, veertig jaar lang.
En nadat Hij hem afgezet had, verwekte Hij hun David als koning; van wie Hij ook getuigde en zeide: Ik heb David, de zoon van Isaï, gevonden, een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal volbrengen.
Uit het zaad van deze man heeft God overeenkomstig Zijn belofte aan Israël een Heiland verwekt, namelijk Jezus;
24Nadat Johannes tevoren, vóór Zijn komst, de doop van bekering gepredikt had aan heel het volk van Israël.
25En toen Johannes zijn loopbaan voltooide, zeide hij: Wie denkt gij dat ik ben? Ik ben het niet. Maar zie, na mij komt Één, wiens schoenen van de voeten ik niet waardig ben los te maken.
26Mannen en broeders, kinderen uit het geslacht van Abraham, en wie onder u God vreest, tot u is dit woord van zaligheid gezonden.
27Want de inwoners van Jeruzalem en hun oversten hebben Hem niet erkend, en ook de stemmen van de profeten niet, die elke sabbat gelezen worden; en zij hebben die vervuld door Hem te veroordelen.