Handelingen 15:29
“Dat gij u onthoudt van afgodenoffer en van bloed en van het verstikte en van hoererij; van welke dingen, indien gij u wacht, zult gij weldoen. Vaart wel.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 15 — omringende verzen
Dewijl wij gehoord hebben, dat sommigen die van ons uitgegaan zijn, u met woorden verontrust hebben en uw zielen bewogen, zeggende: Gij moet besneden worden en de wet onderhouden; aan wie wij zulk een bevel niet gegeven hebben.
25Het heeft ons goedgedacht, eensgezind vergaderd zijnde, uitverkoren mannen tot u te zenden met onze geliefde Barnabas en Paulus,
26Mannen die hun leven gewaagd hebben voor de naam van onze Heer Jezus Christus.
27Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die u dezelfde dingen ook mondeling zullen berichten.
28Want het heeft de Heilige Geest en ons goedgedacht, u geen verdere last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen:
Dat gij u onthoudt van afgodenoffer en van bloed en van het verstikte en van hoererij; van welke dingen, indien gij u wacht, zult gij weldoen. Vaart wel.
Toen zij dan ontslagen waren, kwamen zij te Antiochië; en de menigte bijeenvergaderd hebbende, overhandigden zij de brief.
31Dewelke zij gelezen hebbende, verblijdden zij zich over de vertroosting.
32En Judas en Silas, die ook zelf profeten waren, vermanden de broeders met vele woorden en sterkten hen.
33En nadat zij daar enige tijd vertoefd hadden, werden zij met vrede van de broeders ontslagen naar de apostelen.
34Doch het behaagde Silas daar nog te blijven.