Handelingen 16:11
“Toen wij dan van Troas afgevaren waren, kwamen wij met een rechte koers naar Samothracië en de volgende dag naar Neapolis.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 16 — omringende verzen
En nadat zij door Frygië en het land van Galatië getrokken waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Azië te prediken.
7En toen zij tot Mysië gekomen waren, poogden zij naar Bithynië te gaan; maar de Geest liet het hun niet toe.
8En Mysië voorbijgaand, kwamen zij af te Troas.
9En Paulus had des nachts een gezicht: er stond een man van Macedonië, die hem bad en zeide: Kom over naar Macedonië en help ons.
10En nadat hij dit gezicht gezien had, zochten wij terstond naar Macedonië te gaan, overtuigd zijnde dat de Heer ons geroepen had om hun het Evangelie te prediken.
Toen wij dan van Troas afgevaren waren, kwamen wij met een rechte koers naar Samothracië en de volgende dag naar Neapolis.
En van daar naar Filippi, welke de voornaamste stad van dat deel van Macedonië is, en een kolonie; en wij verbleven in die stad enige dagen.
13En op de sabbatdag gingen wij buiten de stad aan de oever van een rivier, waar men gewoon was te bidden; en wij zaten neder en spraken tot de vrouwen die daar samengekomen waren.
14En een zekere vrouw, genaamd Lydia, een verkoopster van purper uit de stad Thyatira, die God vereerde, hoorde ons; welker hart de Heer opende, zodat zij acht gaf op hetgeen door Paulus gesproken werd.
15En nadat zij gedoopt was, en haar huisgezin, bad zij ons, zeggende: Indien gij geoordeeld hebt dat ik de Heer getrouw ben, komt in mijn huis en blijft aldaar. En zij drong er bij ons op aan.
16En het geschiedde, als wij naar de gebedsplaats gingen, dat ons een zekere dienstmaagd ontmoette, die een waarzeggende geest had, welke haar meesters grote winst aanbracht door waarzeggen.