Terug naar Handelingen 17
VSV
Statenvertaling

Handelingen 17:19

En zij namen hem mee en brachten hem naar de Areopaag, zeggende: Mogen wij vernemen welke deze nieuwe leer is die gij verkondigt?

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 17 — omringende verzen

14

En terstond zonden de broeders Paulus weg om als het ware naar de zee te gaan; maar Silas en Timotheüs bleven daar nog.

15

En zij die Paulus begeleidden, brachten hem tot Athene; en na een bevel aan Silas en Timotheüs ontvangen te hebben dat zij zo spoedig mogelijk tot hem moesten komen, vertrokken zij.

16

Nu, terwijl Paulus hen te Athene verwachtte, werd zijn geest in hem ontstoken, toen hij zag dat de stad vol afgoden was.

17

Derhalve redeneerde hij in de synagoge met de Joden en de godvrezenden, en dagelijks op de markt met hen die hem toevallig ontmoetten.

18

En enige wijsgeren der Epicuristen en der Stoïcijnen traden met hem in gesprek. En sommigen zeiden: Wat wil deze kletsmeier toch zeggen? Anderen: Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden te zijn; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde.

19

En zij namen hem mee en brachten hem naar de Areopaag, zeggende: Mogen wij vernemen welke deze nieuwe leer is die gij verkondigt?

20

Want gij brengt sommige vreemde dingen aan onze oren; wij willen dan weten wat deze dingen betekenen.

21

(Want alle Atheners en de vreemdelingen die daar verbleven, besteedden hun tijd aan niets anders dan aan het vertellen of horen van iets nieuws.)

22

Toen stond Paulus op in het midden van de Areopaag en zeide: Gij mannen van Athene, ik bemerk dat gij in alles bijzonder godsdienstig zijt.

23

Want toen ik doorging en uw heiligdommen beschouwde, vond ik ook een altaar waarop geschreven stond: AAN DE ONBEKENDE GOD. Hem dan die gij onbekend vererende, verkondig ik u.

24

De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, dewijl Hij de Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt;