Handelingen 17:24
“De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, dewijl Hij de Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt;”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 17 — omringende verzen
En zij namen hem mee en brachten hem naar de Areopaag, zeggende: Mogen wij vernemen welke deze nieuwe leer is die gij verkondigt?
20Want gij brengt sommige vreemde dingen aan onze oren; wij willen dan weten wat deze dingen betekenen.
21(Want alle Atheners en de vreemdelingen die daar verbleven, besteedden hun tijd aan niets anders dan aan het vertellen of horen van iets nieuws.)
22Toen stond Paulus op in het midden van de Areopaag en zeide: Gij mannen van Athene, ik bemerk dat gij in alles bijzonder godsdienstig zijt.
23Want toen ik doorging en uw heiligdommen beschouwde, vond ik ook een altaar waarop geschreven stond: AAN DE ONBEKENDE GOD. Hem dan die gij onbekend vererende, verkondig ik u.
De God die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, dewijl Hij de Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt;
Hij wordt ook niet door mensenhanden gediend alsof Hij iets nodig had, daar Hij zelf aan allen het leven en de adem en alle dingen geeft;
26En Hij heeft uit één bloed alle volken der mensen gemaakt om op de gehele aardbodem te wonen, en heeft de tijden die tevoren bepaald zijn vastgesteld, en de grenzen van hun woonplaatsen;
27Opdat zij de Heer zouden zoeken, of zij Hem misschien mochten betasten en vinden, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons;
28Want in Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij; gelijk ook sommigen van uw eigen dichters gezegd hebben: Wij zijn ook Zijn geslacht.
29Dewijl wij dan Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen dat de Godheid gelijk is aan goud of zilver of steen, een voortbrengsel van menselijke kunst en vernuft.