Handelingen 2:37
“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: Mannen en broeders, wat moeten wij doen?”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 2 — omringende verzen
Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
33Nu dan, verhoogd zijnde door de rechterhand van God en de belofte van de Heilige Geest ontvangen hebbende van de Vader, heeft Hij dit uitgestort, wat gij nu ziet en hoort.
34Want David is niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt zelf: De HEER heeft gesproken tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand,
35Totdat Ik uw vijanden maak tot een voetbank voor uw voeten.
36Laat dan het gehele huis van Israël zeker weten, dat God dezelfde Jezus, die gij gekruisigd hebt, zowel tot Heer als tot Christus gemaakt heeft.
Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: Mannen en broeders, wat moeten wij doen?
Toen zei Petrus tot hen: Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
39Want de belofte is voor u en voor uw kinderen, en voor allen die veraf zijn, zovelen als de HEER onze God ertoe roepen zal.
40En met vele andere woorden getuigde en vermaande hij hen, zeggende: Redt uzelf uit dit verkeerde geslacht.
41Zij dan die zijn woord met blijdschap aannamen, werden gedoopt; en op diezelfde dag werden er ongeveer drieduizend zielen aan hen toegevoegd.
42En zij bleven volhardend in de leer der apostelen en in de gemeenschap, en in het breken van brood en in de gebeden.