Terug naar Handelingen 22
VSV
Statenvertaling

Handelingen 22:24

Beval de overste over duizend dat hij in de vesting gebracht moest worden, en gelastte dat hij door geselingen ondervraagd zou worden, opdat hij zou weten waarom zij zo tegen hem riepen.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 22 — omringende verzen

19

En ik zei: Heer, zij weten dat ik hen die in U geloofden in de gevangenis wierp en in elke synagoge geselde;

20

En toen het bloed van Uw getuige Stefanus vergoten werd, stond ook ik erbij en stemde in met zijn dood, en bewaarde de kleren van hen die hem doodden.

21

En Hij zei tot mij: Vertrek, want Ik zal u ver van hier tot de heidenen zenden.

22

En zij hoorden hem aan tot dit woord, en toen verhieven zij hun stem en zeiden: Weg met zo iemand van de aarde, want het is niet behoorlijk dat hij leeft.

23

En toen zij riepen en hun kleren afwierpen en stof in de lucht wierpen,

24

Beval de overste over duizend dat hij in de vesting gebracht moest worden, en gelastte dat hij door geselingen ondervraagd zou worden, opdat hij zou weten waarom zij zo tegen hem riepen.

25

En toen zij hem met riemen uitstrekten, zei Paulus tot de hoofdman over honderd die daarbij stond: Is het u geoorloofd een Romeins burger, en wel onveroordeeld, te geselen?

26

Toen de hoofdman over honderd dat hoorde, ging hij naar de overste over duizend en berichtte het hem, zeggende: Zie toe wat gij doet, want deze man is een Romein.

27

Toen kwam de overste over duizend en zei tot hem: Zeg mij, zijt gij een Romein? Hij zei: Ja.

28

En de overste over duizend antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. En Paulus zei: Maar ik ben als zodanig geboren.

29

Toen weken terstond van hem zij die hem hadden moeten ondervragen; en ook de overste over duizend was bevreesd, nadat hij wist dat hij een Romein was en omdat hij hem gebonden had.