Handelingen 22:29
“Toen weken terstond van hem zij die hem hadden moeten ondervragen; en ook de overste over duizend was bevreesd, nadat hij wist dat hij een Romein was en omdat hij hem gebonden had.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 22 — omringende verzen
Beval de overste over duizend dat hij in de vesting gebracht moest worden, en gelastte dat hij door geselingen ondervraagd zou worden, opdat hij zou weten waarom zij zo tegen hem riepen.
25En toen zij hem met riemen uitstrekten, zei Paulus tot de hoofdman over honderd die daarbij stond: Is het u geoorloofd een Romeins burger, en wel onveroordeeld, te geselen?
26Toen de hoofdman over honderd dat hoorde, ging hij naar de overste over duizend en berichtte het hem, zeggende: Zie toe wat gij doet, want deze man is een Romein.
27Toen kwam de overste over duizend en zei tot hem: Zeg mij, zijt gij een Romein? Hij zei: Ja.
28En de overste over duizend antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. En Paulus zei: Maar ik ben als zodanig geboren.
Toen weken terstond van hem zij die hem hadden moeten ondervragen; en ook de overste over duizend was bevreesd, nadat hij wist dat hij een Romein was en omdat hij hem gebonden had.
De volgende dag nu, omdat hij de zekerheid wilde weten waarom hij door de Joden beschuldigd werd, maakte hij hem los van zijn boeien en beval dat de overpriesters en heel hun raad zouden verschijnen; en hij bracht Paulus naar beneden en stelde hem voor hen.