Handelingen 24:19
“Zij hadden hier voor u moeten zijn en aanklacht indienen, indien zij iets tegen mij hadden.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 24 — omringende verzen
Maar dit beken ik u: dat ik naar de weg die zij ketterij noemen, zo de God van mijn vaderen dien, gelovende alles wat geschreven staat in de wet en de profeten,
15en hoop heb op God — die zij zelf ook verwachten — dat er een opstanding der doden zal zijn, zowel van de rechtvaardigen als van de onrechtvaardigen.
16En hierin oefen ik mijzelf, om altijd een geweten zonder aanstoot te hebben voor God en voor de mensen.
17Na vele jaren nu ben ik gekomen om aalmoezen aan mijn volk te brengen en offeranden.
18Daarbij vonden zekere Joden uit Azië mij in de tempel, gezuiverd, zonder menigte en zonder oproer.
Zij hadden hier voor u moeten zijn en aanklacht indienen, indien zij iets tegen mij hadden.
Of laten dezen hier zelf zeggen of zij enig kwaad in mij gevonden hebben, toen ik voor de Raad stond,
21tenzij het om dit ene woord is dat ik riep terwijl ik onder hen stond: Aangaande de opstanding der doden word ik heden door u berecht.'
22En toen Félix deze dingen hoorde, en een nauwkeuriger kennis bezittende van die weg, stelde hij hen uit en zei: 'Wanneer de overste Lysías hiernaartoe is gekomen, zal ik uw zaak ten gronde onderzoeken.'
23En hij beval een hoofdman Paulus te bewaken, maar hem vrijheid te laten, en niemand van zijn bekenden te verbieden hem te dienen of bij hem te komen.
24En na verloop van enige dagen, toen Félix met zijn vrouw Drúsilla, die een Jodin was, gekomen was, liet hij Paulus halen en hoorde hem over het geloof in Christus.