Handelingen 26:2
“Ik acht mijzelf gelukkig, koning Agrippa, dat ik mij vandaag voor u mag verdedigen tegen alles waarvan ik door de Joden beschuldigd word,”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 26 — omringende verzen
Toen zei Agrippa tot Paulus: Het is u toegestaan voor uzelf te spreken. Daarop strekte Paulus de hand uit en verdedigde zich:
Ik acht mijzelf gelukkig, koning Agrippa, dat ik mij vandaag voor u mag verdedigen tegen alles waarvan ik door de Joden beschuldigd word,
vooral omdat ik weet dat u bekend bent met alle gebruiken en geschilpunten onder de Joden. Daarom bid ik u mij geduldig aan te horen.
4Mijn levenswandel van mijn jeugd af aan, die ik van het begin af onder mijn eigen volk te Jeruzalem heb geleid, is alle Joden bekend;
5zij kennen mij van den beginne, en als zij willen getuigen, dan kunnen zij zeggen dat ik als een Farizeeër geleefd heb, overeenkomstig de strengste richting van onze godsdienst.
6En nu sta ik hier terecht vanwege de hoop op de belofte die door God aan onze vaderen gedaan is,
7tot welke belofte onze twaalf stammen hopen te komen, terwijl zij dag en nacht God ernstig dienen. Om die hoop, koning Agrippa, word ik door de Joden beschuldigd.