Handelingen 28:2
“En de barbaren betoonden ons geen geringe welwillendheid; want zij staken een vuur aan en ontvingen ons allen vanwege de aanwezige regen en vanwege de koude.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 28 — omringende verzen
En nadat zij ontkomen waren, kwamen zij te weten dat het eiland Melita heette.
En de barbaren betoonden ons geen geringe welwillendheid; want zij staken een vuur aan en ontvingen ons allen vanwege de aanwezige regen en vanwege de koude.
En toen Paulus een bundel twijgen bijeengegaard en op het vuur gelegd had, kroop er een adder door de hitte uit en klemde zich aan zijn hand vast.
4En toen de barbaren het beest aan zijn hand zagen hangen, zeiden zij tot elkander: Voorzeker is deze man een moordenaar, die, hoewel hij aan de zee ontkomen is, de gerechtigheid toch niet laat leven.
5Maar hij schudde het beest van zich af in het vuur en had geen letsel.
6Zij verwachtten echter dat hij zou gaan zwellen of plotseling dood neervallen; maar nadat zij lang gewacht hadden en zagen dat hem geen kwaad overkwam, veranderden zij van gedachten en zeiden dat hij een god was.
7In diezelfde omgeving bezat de voornaamste man van het eiland, wiens naam Publius was, landerijen; die ontving ons en herbergde ons drie dagen vriendelijk.