Terug naar Handelingen 28
VSV
Statenvertaling

Handelingen 28:21

En zij zeiden tot hem: Wij hebben geen brieven uit Judea over u ontvangen, noch heeft enige der broeders die gekomen zijn iets kwaads van u bericht of gesproken.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 28 — omringende verzen

16

En toen wij te Rome kwamen, leverde de hoofdman de gevangenen over aan de bevelhebber der wacht; maar Paulus mocht op zichzelf wonen met een soldaat die hem bewaakte.

17

En het geschiedde dat Paulus na drie dagen de voornaamsten der Joden bijeenriep; en toen zij bijeengekomen waren, zei hij tot hen: Mannen en broeders, hoewel ik niets gedaan heb tegen het volk of de gebruiken van onze vaderen, ben ik als gevangene van Jeruzalem overgeleverd in de handen der Romeinen.

18

Die mij onderzocht hebben en mij wilden vrijlaten, omdat er in mij geen grond voor de dood was.

19

Maar toen de Joden daartegen spraken, werd ik genoodzaakt mij op Caesar te beroepen; niet alsof ik mijn volk van iets beschuldigen wilde.

20

Om deze reden dan heb ik u laten roepen, om u te zien en met u te spreken; want om de hoop van Israël ben ik met deze keten gebonden.

21

En zij zeiden tot hem: Wij hebben geen brieven uit Judea over u ontvangen, noch heeft enige der broeders die gekomen zijn iets kwaads van u bericht of gesproken.

22

Maar wij verlangen van u te horen wat gij denkt; want wat deze sekte betreft, het is ons bekend dat zij overal weersproken wordt.

23

En nadat zij hem een dag vastgesteld hadden, kwamen er velen tot hem in zijn verblijf; aan hen legde hij het koninkrijk Gods uitvoerig uit en getuigde daarvan, en trachtte hen te overtuigen aangaande Jezus, zowel uit de wet van Mozes als uit de profeten, van 's morgens tot 's avonds.

24

En sommigen geloofden de dingen die gesproken werden, en sommigen geloofden niet.

25

En omdat zij het onder elkander oneens waren, gingen zij uiteen, nadat Paulus één woord gesproken had: Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot onze vaderen gesproken:

26

Zeggende: Ga tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en niet verstaan; en ziende zult gij zien en niet begrijpen.