Terug naar Handelingen 9
VSV
Statenvertaling

Handelingen 9:35

En allen die te Lydda en in de Saron woonden, zagen hem, en keerden zich tot de Heer.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 9 — omringende verzen

30

Toen de broeders dit vernamen, brachten zij hem naar Caesarea en zonden hem voort naar Tarsus.

31

Zo hadden de gemeenten rust door geheel Judea en Galilea en Samaria, en werden opgebouwd; en wandelende in de vreze des Heren en in de vertroosting van de Heilige Geest, werden zij vermenigvuldigd.

32

En het geschiedde, terwijl Petrus door alle streken rondreisde, dat hij ook neerkwam tot de heiligen die te Lydda woonden.

33

En hij vond daar een zeker man genaamd Eneas, die acht jaar lang te bed gelegen had en verlamd was.

34

En Petrus zei tot hem: Eneas, Jezus Christus maakt u gezond; sta op en maak uw bed op. En hij stond terstond op.

35

En allen die te Lydda en in de Saron woonden, zagen hem, en keerden zich tot de Heer.

36

Nu was er te Joppe een zekere discipel genaamd Tabitha, wat vertaald wordt Dorkas; deze vrouw was vol van goede werken en aalmoezen die zij deed.

37

En het geschiedde in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en nadat men haar gewassen had, legde men haar in een bovenzaal.

38

En dewijl Lydda dicht bij Joppe was, en de discipelen gehoord hadden dat Petrus daar was, zonden zij twee mannen tot hem, hem biddende dat hij niet zou talmen naar hen te komen.

39

Toen stond Petrus op en ging met hen mee. Toen hij aangekomen was, brachten zij hem naar de bovenzaal; en alle weduwen stonden bij hem, wenende en de mantels en klederen tonende die Dorkas gemaakt had, terwijl zij bij hen was.

40

Maar Petrus zette hen allen buiten, knielde neer en bad; en zich tot het lichaam wendende zei hij: Tabitha, sta op. En zij opende haar ogen; en toen zij Petrus zag, ging zij rechtop zitten.