Handelingen 9:39
“Toen stond Petrus op en ging met hen mee. Toen hij aangekomen was, brachten zij hem naar de bovenzaal; en alle weduwen stonden bij hem, wenende en de mantels en klederen tonende die Dorkas gemaakt had, terwijl zij bij hen was.”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 9 — omringende verzen
En Petrus zei tot hem: Eneas, Jezus Christus maakt u gezond; sta op en maak uw bed op. En hij stond terstond op.
35En allen die te Lydda en in de Saron woonden, zagen hem, en keerden zich tot de Heer.
36Nu was er te Joppe een zekere discipel genaamd Tabitha, wat vertaald wordt Dorkas; deze vrouw was vol van goede werken en aalmoezen die zij deed.
37En het geschiedde in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en nadat men haar gewassen had, legde men haar in een bovenzaal.
38En dewijl Lydda dicht bij Joppe was, en de discipelen gehoord hadden dat Petrus daar was, zonden zij twee mannen tot hem, hem biddende dat hij niet zou talmen naar hen te komen.
Toen stond Petrus op en ging met hen mee. Toen hij aangekomen was, brachten zij hem naar de bovenzaal; en alle weduwen stonden bij hem, wenende en de mantels en klederen tonende die Dorkas gemaakt had, terwijl zij bij hen was.
Maar Petrus zette hen allen buiten, knielde neer en bad; en zich tot het lichaam wendende zei hij: Tabitha, sta op. En zij opende haar ogen; en toen zij Petrus zag, ging zij rechtop zitten.
41En hij gaf haar zijn hand en richtte haar op; en nadat hij de heiligen en weduwen geroepen had, stelde hij haar levend voor hen.
42En dit werd bekend door geheel Joppe; en velen geloofden in de Heer.
43En het geschiedde dat hij vele dagen te Joppe bleef bij een zekere Simon, een leerlooier.