Hebreeën 10:30
“Want wij kennen Hem die gezegd heeft: 'Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heer.' En opnieuw: 'De Heer zal Zijn volk oordelen.'”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 10 — omringende verzen
en de onderlinge bijeenkomsten niet nalaten, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkaar aanmoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag ziet naderen.
26Want als wij willens en wetens zondigen na de kennis der waarheid ontvangen te hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over,
27maar een zeker vreselijk uitzien op het oordeel en een vurige ijver die de tegenstanders zal verslinden.
28Wie de wet van Mozes heeft verworpen, sterft zonder erbarmen op het getuigenis van twee of drie getuigen.
29Hoeveel zwaarder straf, denkt u, zal hij verdienen die de Zoon van God met voeten heeft getreden, en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein heeft geacht, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?
Want wij kennen Hem die gezegd heeft: 'Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heer.' En opnieuw: 'De Heer zal Zijn volk oordelen.'
Het is een vreselijke zaak te vallen in de handen van de levende God.
32Maar roept u de vroegere dagen in herinnering, toen u, na verlicht te zijn, een zware strijd van verdrukkingen hebt doorstaan;
33deels doordat u een schouwspel was van smaad en verdrukking, deels doordat u deelgenoten werd van hen die zo behandeld werden.
34Want u hebt ook medelijden gehad met mij in mijn gevangenschap, en de roof van uw bezittingen met vreugde aanvaard, wetend dat u in de hemelen een beter en blijvend bezit hebt.
35Gooit dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt.