Hebreeën 10:34
“Want u hebt ook medelijden gehad met mij in mijn gevangenschap, en de roof van uw bezittingen met vreugde aanvaard, wetend dat u in de hemelen een beter en blijvend bezit hebt.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 10 — omringende verzen
Hoeveel zwaarder straf, denkt u, zal hij verdienen die de Zoon van God met voeten heeft getreden, en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein heeft geacht, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?
30Want wij kennen Hem die gezegd heeft: 'Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heer.' En opnieuw: 'De Heer zal Zijn volk oordelen.'
31Het is een vreselijke zaak te vallen in de handen van de levende God.
32Maar roept u de vroegere dagen in herinnering, toen u, na verlicht te zijn, een zware strijd van verdrukkingen hebt doorstaan;
33deels doordat u een schouwspel was van smaad en verdrukking, deels doordat u deelgenoten werd van hen die zo behandeld werden.
Want u hebt ook medelijden gehad met mij in mijn gevangenschap, en de roof van uw bezittingen met vreugde aanvaard, wetend dat u in de hemelen een beter en blijvend bezit hebt.
Gooit dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt.
36Want u hebt geduld nodig, opdat u, na de wil van God gedaan te hebben, de belofte ontvangt.
37Want nog een korte tijd, en Hij die komen zal, zal komen en niet uitblijven.
38De rechtvaardige echter zal door geloof leven; maar als iemand terugdeinst, heeft Mijn ziel geen welgevallen in hem.
39Maar wij behoren niet tot hen die terugdeinzen ten verderve, maar tot hen die geloven tot behoud der ziel.