Terug naar Hebreeën 12
VSV
Statenvertaling

Hebreeën 12:21

En zo verschrikkelijk was het gezicht dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en bevend.

Kruisverwijzingen

Context

Hebreeën 12 — omringende verzen

16

Dat er geen hoereerder of onheilige zij, zoals Ezau, die voor één spijs zijn eerstgeboorterecht verkocht heeft.

17

Want gij weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats voor berouw, hoewel hij die met tranen zocht.

18

Want gij zijt niet gekomen tot de berg die aangeraakt kon worden en die brandde met vuur, noch tot donkerheid en duisternis en onweer,

19

En het geklank ener bazuin en het geluid van woorden, welk geluid degenen die het hoorden, smeekten dat het woord niet meer tot hen gesproken zou worden;

20

Want zij konden niet verdragen wat geboden werd: En indien zelfs maar een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorboord worden;

21

En zo verschrikkelijk was het gezicht dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en bevend.

22

Maar gij zijt gekomen tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,

23

Tot de algemene vergadering en gemeente der eerstgeborenen die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen die volmaakt geworden zijn,

24

En tot Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond, en tot het bloed der besprenkeling, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel.

25

Ziet toe dat gij Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want indien zij niet ontvloden zijn die hem verwierpen die op aarde sprak, hoeveel te minder zullen wij ontvlieden als wij ons van Hem afkeren Die uit de hemelen spreekt;

26

Wiens stem toen de aarde deed beven, maar nu heeft Hij beloofd, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde doen beven, maar ook de hemel.