Hebreeën 12:23
“Tot de algemene vergadering en gemeente der eerstgeborenen die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen die volmaakt geworden zijn,”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 12 — omringende verzen
Want gij zijt niet gekomen tot de berg die aangeraakt kon worden en die brandde met vuur, noch tot donkerheid en duisternis en onweer,
19En het geklank ener bazuin en het geluid van woorden, welk geluid degenen die het hoorden, smeekten dat het woord niet meer tot hen gesproken zou worden;
20Want zij konden niet verdragen wat geboden werd: En indien zelfs maar een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorboord worden;
21En zo verschrikkelijk was het gezicht dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en bevend.
22Maar gij zijt gekomen tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,
Tot de algemene vergadering en gemeente der eerstgeborenen die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen die volmaakt geworden zijn,
En tot Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond, en tot het bloed der besprenkeling, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel.
25Ziet toe dat gij Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want indien zij niet ontvloden zijn die hem verwierpen die op aarde sprak, hoeveel te minder zullen wij ontvlieden als wij ons van Hem afkeren Die uit de hemelen spreekt;
26Wiens stem toen de aarde deed beven, maar nu heeft Hij beloofd, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde doen beven, maar ook de hemel.
27En dit woord: Nog eenmaal, duidt aan dat de dingen die bewogen worden, weggenomen zullen worden, als dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die niet bewogen worden, blijven zullen.
28Daarom, daar wij een Koninkrijk ontvangen dat niet bewogen kan worden, laten wij genade vasthouden, waardoor wij God welbehaaglijk kunnen dienen met eerbied en godvruchtige vreze;