Hebreeën 3:11
“Zo heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan.)”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 3 — omringende verzen
maar Christus als Zoon over Zijn eigen huis; Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe standvastig vasthouden.
7Daarom (zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort,
8verhardt uw harten niet, zoals in de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn;
9toen uw vaderen Mij beproefden, Mij op de proef stelden, en Mijn werken zagen, veertig jaren lang.
10Daarom was Ik vertoornd op dat geslacht, en zeide: Zij dwalen altijd in hun hart; en zij hebben Mijn wegen niet gekend.
Zo heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan.)
Ziet toe, broeders, dat er niet in iemand van u een boos ongelovig hart zij, door af te wijken van de levende God.
13Maar vermaant elkander dagelijks, zolang het Heden genoemd wordt; opdat niemand van u verhard worde door de verleiding van de zonde.
14Want wij zijn deelgenoten van Christus geworden, indien wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde toe standvastig vasthouden;
15terwijl er gezegd wordt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet, zoals in de verbittering.
16Want sommigen, toen zij het gehoord hadden, verbitterden zich; maar toch niet allen die uit Egypte uitgetrokken waren door Mozes.