Hebreeën 4:5
“En op deze plaats wederom: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 4 — omringende verzen
Laten wij dan vrezen, dat niet, terwijl de belofte om in Zijn rust in te gaan nog van kracht is, iemand van u tekort zou schieten.
2Want aan ons is het Evangelie evenzeer verkondigd als aan hen; maar het woord der prediking baatte hen niet, omdat het niet met geloof vermengd was bij hen die het hoorden.
3Want wij die geloofd hebben, gaan in die rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Zo heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan; hoewel de werken voltooid waren van de grondlegging der wereld af.
4Want Hij heeft ergens van de zevende dag op deze wijze gesproken: En God rustte op de zevende dag van al Zijn werken.
En op deze plaats wederom: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan.
Omdat het dan overblijft dat sommigen daarin ingaan, en zij aan wie het eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege ongehoorzaamheid;
7bepaalt Hij wederom een zekere dag, zeggende in David: Heden, na zo lange tijd; zoals gezegd wordt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.
8Want indien Jozua hun rust had gegeven, zou Hij daarna niet gesproken hebben van een andere dag.
9Er blijft dan een sabbatsrust over voor het volk van God.
10Want wie in Zijn rust is ingegaan, die heeft ook zelf van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.