Hebreeën 4:8
“Want indien Jozua hun rust had gegeven, zou Hij daarna niet gesproken hebben van een andere dag.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 4 — omringende verzen
Want wij die geloofd hebben, gaan in die rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Zo heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan; hoewel de werken voltooid waren van de grondlegging der wereld af.
4Want Hij heeft ergens van de zevende dag op deze wijze gesproken: En God rustte op de zevende dag van al Zijn werken.
5En op deze plaats wederom: Zij zullen in Mijn rust niet ingaan.
6Omdat het dan overblijft dat sommigen daarin ingaan, en zij aan wie het eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege ongehoorzaamheid;
7bepaalt Hij wederom een zekere dag, zeggende in David: Heden, na zo lange tijd; zoals gezegd wordt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.
Want indien Jozua hun rust had gegeven, zou Hij daarna niet gesproken hebben van een andere dag.
Er blijft dan een sabbatsrust over voor het volk van God.
10Want wie in Zijn rust is ingegaan, die heeft ook zelf van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.
11Laten wij ons dan inspannen om in die rust in te gaan, opdat niet iemand naar hetzelfde voorbeeld van ongeloof zou vallen.
12Want het Woord van Gods is levend en krachtig, en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot de scheiding van ziel en geest, en van gewrichten en merg, en het is een oordeler van de gedachten en overleggingen van het hart.
13En er is geen schepsel dat voor Hem verborgen is, maar alle dingen zijn naakt en openbaar voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.