Hebreeën 6:12
“Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 6 — omringende verzen
Want de aarde die de regen indrinkt die menigmaal daarop komt, en kruid voortbrengt nuttig voor hen door wie zij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God;
8Maar die doornen en distels voortbrengt, is verwerpelijk en nabij de vervloeking, en haar einde is verbranding.
9Maar wij zijn ten aanzien van u, geliefden, overtuigd van betere dingen en dingen die met zaligheid gepaard gaan, hoewel wij aldus spreken.
10Want God is niet onrechtvaardig om uw werk en de arbeid der liefde te vergeten die gij Zijn Naam hebt betoond, daar gij de heiligen gediend hebt en dient.
11En wij begeren dat ieder van u dezelfde ijver betoont tot volle zekerheid van de hoop tot het einde toe,
Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.
Want toen God aan Abraham een belofte deed, heeft Hij, omdat Hij bij niemand groters zweren kon, bij Zichzelf gezworen,
14Zeggende: Voorzeker, Ik zal u zegenen met zegening en u vermenigvuldigen met vermenigvuldiging.
15En zo heeft hij, geduldig volhard hebbende, de belofte verkregen.
16Want mensen zweren wel bij de meerdere, en een eed tot bevestiging is hun een einde van alle tegenspraak.
17Waarin God, willende aan de erfgenamen der belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raad betonen, dit met een eed bevestigd heeft,