Hebreeën 7:19
“Want de wet heeft niets volmaakt gemaakt, maar de invoering van een betere hoop wel, door welke wij tot God naderen.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 7 — omringende verzen
Want het is duidelijk dat onze Heer uit Juda is voortgekomen, over welke stam Mozes niets gesproken heeft aangaande het priesterschap.
15En het is nog veel duidelijker, indien er naar de gelijkenis van Melchizedek een andere priester opstaat,
16Die het niet geworden is naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een onvergankelijk leven.
17Want Hij getuigt: U bent Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
18Want er vindt voorwaar een afschaffing plaats van het voorgaande gebod vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.
Want de wet heeft niets volmaakt gemaakt, maar de invoering van een betere hoop wel, door welke wij tot God naderen.
En in zoverre Hij niet zonder een eed tot priester gemaakt werd:
21(Want die priesters werden zonder een eed aangesteld; maar Deze met een eed door Hem die tot Hem zei: De Heer heeft gezworen en zal er geen berouw over hebben: Gij zijt een priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek:)
22Zo is Jezus de Borg geworden van een beter verbond.
23En zij waren wel velen die priester werden, omdat de dood hen verhinderde te blijven;
24Maar Deze, omdat Hij in eeuwigheid blijft, heeft een onveranderlijk priesterschap.