Hebreeën 7:16
“Die het niet geworden is naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een onvergankelijk leven.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 7 — omringende verzen
Indien dan de volmaaktheid door het Levitische priesterschap was (want onder dat priesterschap heeft het volk de wet ontvangen), welke verdere noodzaak was er dan dat een andere priester zou opstaan naar de ordening van Melchizedek, en niet genoemd zou worden naar de ordening van Aäron?
12Want als het priesterschap veranderd wordt, vindt er ook noodzakelijk een verandering van de wet plaats.
13Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waaruit niemand aan het altaar heeft gediend.
14Want het is duidelijk dat onze Heer uit Juda is voortgekomen, over welke stam Mozes niets gesproken heeft aangaande het priesterschap.
15En het is nog veel duidelijker, indien er naar de gelijkenis van Melchizedek een andere priester opstaat,
Die het niet geworden is naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een onvergankelijk leven.
Want Hij getuigt: U bent Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
18Want er vindt voorwaar een afschaffing plaats van het voorgaande gebod vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.
19Want de wet heeft niets volmaakt gemaakt, maar de invoering van een betere hoop wel, door welke wij tot God naderen.
20En in zoverre Hij niet zonder een eed tot priester gemaakt werd:
21(Want die priesters werden zonder een eed aangesteld; maar Deze met een eed door Hem die tot Hem zei: De Heer heeft gezworen en zal er geen berouw over hebben: Gij zijt een priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek:)