Hebreeën 7:13
“Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waaruit niemand aan het altaar heeft gediend.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 7 — omringende verzen
En hier ontvangen wel mensen die sterven de tienden, maar daar ontvangt hij ze, van wie getuigd wordt dat hij leeft.
9En, om zo te zeggen, door Abraham heeft ook Levi, die tienden ontvangt, tienden gegeven;
10Want hij was nog in de lendenen zijns vaders, toen Melchizedek hem tegemoet ging.
11Indien dan de volmaaktheid door het Levitische priesterschap was (want onder dat priesterschap heeft het volk de wet ontvangen), welke verdere noodzaak was er dan dat een andere priester zou opstaan naar de ordening van Melchizedek, en niet genoemd zou worden naar de ordening van Aäron?
12Want als het priesterschap veranderd wordt, vindt er ook noodzakelijk een verandering van de wet plaats.
Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waaruit niemand aan het altaar heeft gediend.
Want het is duidelijk dat onze Heer uit Juda is voortgekomen, over welke stam Mozes niets gesproken heeft aangaande het priesterschap.
15En het is nog veel duidelijker, indien er naar de gelijkenis van Melchizedek een andere priester opstaat,
16Die het niet geworden is naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een onvergankelijk leven.
17Want Hij getuigt: U bent Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.
18Want er vindt voorwaar een afschaffing plaats van het voorgaande gebod vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.